artikel

Cafeïne en kinine op het etiket

Algemeen

Fabrikanten van limonades en frisdranken moeten het cafeïnegehalte vermelden als het product meer dan 150 mg/l cafeïne bevat. Ter bescherming van de volksgezondheid zijn de gehaltes aan cafeïne en kinine sinds 1 juli 2004 aan maxima gebonden. In november 2004 zijn het Warenwetbesluit Koffie en cichorei en het Warenwetbesluit Thee ingetrokken.

Daar de maximale gehalte aan cafeïne en kinine van een limonade of frisdrank recent is vastgelegd in artikel 11a Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen kon het Warenwetbesluit Frisdranken worden ingetrokken. Als een limonade of frisdrank planten- of vruchtenextract bevat, dan is het maximum 350 mg/l cafeïne. Limonades en frisdranken mogen maximaal 85 mg/l kinine bevatten, als zij vruchtensap bevatten maximaal 40 mg/l kinine. De maximumwaarden gelden niet als het product op een rechtmatige manier is bereid en in een andere lidstaat in het handelsverkeer is gebracht. Deze uitzondering is gebaseerd op het Europese beginsel van vrij verkeer van goederen.

De vermelding van het cafeïnegehalte op het etiket is vastgelegd in artikel 5 en 21a Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen. Als het gehalte in ongewijzigde staat of na herstel van de geconcentreerde of gedehydrateerde stof in oude staat meer dan 150 mg/l is, dan moet dit worden vermeld. De wijze van vermelden wordt eveneens aangegeven: het werkelijke gehalte moet tussen haakjes worden vermeld voorafgegaan door de term ‘hoog cafeïnegehalte’. Deze specifieke vermeldingen hoeven niet te worden gebruikt op het etiket van drinkwaren op basis van koffie en thee of drinkwaren met koffie- of thee-extract. Hierbij geldt wel dat het etiket de termen ‘koffie’ of ‘thee’ bevat.

Voor het mogen gebruiken van de term ‘cafeïnevrij’ is het gewenst om een minimumgehalte vast te leggen, om misleiding van de consument te voorkomen. Artikel 11a Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen geeft aan dat deze term uitsluitend mag worden gebruikt als het gehalte aan cafeïne maximaal 0,1% is. Dat moet op de droge stof zijn berekend.

Koffie en thee
Met ingang van 26 november 2004 zijn het Warenwetbesluit Koffie en cichorei en het Warenwetbesluit Thee ingetrokken. ‘Koffie’ en ‘thee’ zijn geen verplicht voorgeschreven aanduidingen meer. Wel is en blijft bereiding en verhandeling van levensmiddelen die aan de vereisten van de ingetrokken besluiten voldoen toegestaan.

De aanduiding ‘koffie’ is zo algemeen geworden dat bij gebruik van de aanduiding er sprake moet zijn van behoorlijk gereinigde en gerooste zaadkernen van de koffieboon (soorten van het geslacht Coffea). Voor het gebruik van de aanduiding ‘thee’ geldt ook dat het levensmiddel moet bestaan uit de bladknoppen, jonge bladeren, bladstengels en jonge stengeldelen van de variëteiten van de soort Camellia sinensis (L) O. Kuntze, al dan niet gefermenteerd.

Reageer op dit artikel