artikel

‘Stop met het promoten van junk food aan kinderen’

Algemeen

Gevreesd en bejubeld vanwege haar scherpe pen. Met ‘Food Politics’ en ‘Safe Food’ raakte ze de voedingsmiddelenindustrie tot in het diepst van zijn ziel. Professor Marion Nestle is de luis in de pels van de voedingsmiddelenindustrie. Ook over gezonde productontwikkeling is ze zeer uitgesproken: “Het is vanuit filosofisch oogpunt een interessante vraag of een met vitaminen verrijkt snoepje beter is dan een gewoon. Ik denk van niet.”

Consumentenbelangen die in het gedrang komen door samenspel van wetenschap, politiek en industrie. In haar boek ‘Food Politics’ kwam Marion Nestle met een haarscherpe analyse van hoe de voedingsmiddelenindustrie met steun van de overheid haar economische doelen weet door te drukken, waardoor aan voeding gerelateerde gezondheidsproblemen niet kunnen worden aangepakt.

Een voorbeeld zijn de landbouwsubsidies ter bescherming van boeren. Die hebben er voor gezorgd dat koolhydraten een goedkope grondstoffenbron zijn geworden. Gevolg is dat de industrie deze suikers massaal in haar producten verwerkt. Het is dit ‘high carb’-voedsel dat er mede toe bijdraagt dat ouderdomsdiabetes epidemische vormen begint aan te nemen – tot frustratie van de wereldgezondheidsorganisatie die in haar oproep tot een beteugeling van de obesitasepidemie wordt geconfronteerd met een voedingssector die afwacht en liefst meer van hetzelfde verkoopt. Toch is een kentering volgens Nestle onvermijdelijk: “De industrie zal in haar totaliteit de handen ineen moeten slaan. Anders zullen dwangmaatregelen volgen.”

In hoeverre heeft de voedingsmiddelenindustrie schuld aan de gezondheidsproblemen die het gevolg zijn van overgewicht?
“Ik zou liever niet van ‘schuld’ willen spreken, maar van ‘invloed’. Het is echt niet zo dat het management in de voedingsindustrie om de tafel gaat zitten om te bediscussiëren hoe ze mensen vet kunnen mesten. Waar ze wel over prakkiseren is hoe ze producten kunnen verkopen in een oververhitte markt die kampt met felle concurrentie en overproductie. Bedrijven willen hun producten zo goed mogelijk verkopen en dat doen ze op de gebruikelijke manier. Voeding is handel. Ze hebben eigenlijk maar twee keuzes: zorgen dat consumenten hún producten kopen en niet die van de concurrent óf mensen meer laten eten. Vanuit dat perspectief is ‘te veel eten’ en ‘overgewicht’ slechts een bijkomstigheid.”

Wat is de rol van de overheid en wat die van de consument in de vetzuchtdiscussie?
“Consumenten bepalen hun gedrag met hun vork. Uiteraard. Uiteindelijk is het hun eigen verantwoordelijkheid. Maar – en dat is niet weg te cijferen – ze maken hun keuzes in een omgeving die er doelbewust op is gericht méér voedingsmiddelen te verkopen, zeker niet minder. Het is niet alleen de reclame die mensen aanmoedigt om meer te eten. Het is ook de veranderende samenleving die toestaat dat mensen de hele dag door consumeren. Snacken in plaats van maaltijden nuttigen. Vaker op een dag en in enorme hoeveelheden. Of frisdrank drinken in plaats van water. Als ik die frisdrankmachines op scholen zie staan, vraag ik me wel eens af wanneer het sociaal aanvaardbaar werd dat kinderen de hele dag door grote sloten fris gingen drinken. Volgens mij hebben marketingmensen in de voedingsmiddelenindustrie hier de hand in gehad, ook al hadden ze de gevolgen voor de gezondheid nooit kunnen voorzien.”

Staat het obesitasprobleem hoog op de agenda van multinationals?
“Elk voedingsmiddelenbedrijf dat ik ken laat hier zijn gedachten over gaan. De reden is duidelijk. Om af te vallen moeten mensen minder eten (en meer bewegen natuurlijk). Maar minderen is erg slecht voor de omzet. Ik ben echt niet de enige die dat zegt. Grote investeringmaatschappijen, zoals UBS Warburg, JP Morgan en Morgan Stanley, hebben onderzoeksrapporten uitgebracht over de effecten van obesitas op aandelenkoersen. Ze waarschuwen food-bedrijven dat ze nu moeten handelen omdat ze anders achterop zullen raken. De hamvraag is: Wat kunnen ze doen? Ze moeten groeien. De bedrijfsgroei gaat voor alles. Groeien is op zich heel knap als je bedenkt dat er nu al meer eten wordt geproduceerd dan we nodig hebben. Tot nu toe sleutelden bedrijven aan de producten zelf, bijvoorbeeld door de percentages transvetzuren en de hoeveelheden suiker omlaag te brengen en tegelijk vezels en vitaminen toe te voegen. Het is vanuit filosofisch oogpunt een interessante vraag of een met vitaminen verrijkt snoepje beter is dan een gewoon. Ik denk van niet!”

Is de light-trend het juiste antwoord op ‘globesitas’?
“Dat is toch ook gewoon voedingsmiddelen verkopen, nietwaar? Het probleem waar de voedingsmiddelenindustrie tegenaan loopt is dat gezonde voeding minimaal bewerkt of niet bewerkt is. Light-producten behoren daar niet toe en wie gezond wil blijven heeft ze dus eigenlijk niet nodig.”

Wat adviseert u de industrie die gezonder wil produceren, zonder de continuïteit in gevaar te brengen?
“Bedrijven kunnen op een aantal manieren ‘het verschil’ maken. Ze zouden er bijvoorbeeld op kunnen staan dat hun grondstoffen biologisch worden verbouwd, waardoor ze minder belastend voor het milieu zijn. Ze zouden zich sterk kunnen maken voor een eerlijke beloning en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden voor hun mensen in de toeleveringsketen. Ze zouden kunnen stoppen met het promoten van junk food aan kinderen en het geld dat ze daarmee uitsparen kunnen uitgeven aan advertentiecampagnes voor gezondere levensmiddelen. Maar bovenal zouden ze moeten samenwerken om het systeem te veranderen. Dat geeft lucht om zowel gezondheidszaken als verkopen in beschouwing te nemen.”

Is de toekomst aan producten met een gezondheidspredikaat?
“Neem biologische producten. Dat is in food de snelst groeiende sector in de VS. En niet zonder reden. Het gecertificeerde, biologische keurmerk geeft een signaal af. Het geeft consumenten zekerheid als een onafhankelijke partij er op toeziet dat producenten bepaalde spelregels in acht nemen. Op dit moment hanteren voedingsmiddelenbedrijven als PepsiCo, General Mills en Kraft een eigen systeem waarmee ze bepalen of hun producten ‘gezond’ zijn. Ongeloofwaardig. Met welke pet zitten ze op? Ze zouden veel beter af zijn als ze op een strenge overheidsregulering voor gezondheidsclaims en productsamenstelling zouden aandringen. Al is het maar puur en alleen om het consumentenvertrouwen terug te winnen.”

Reageer op dit artikel