artikel

Ontnester niet langer beperkende factor in productielijn

Algemeen

Een wolf die honderd porties gehakt per minuut produceert, heeft geen nut wanneer het personeel maximaal vijftig en een ontnestingsmachine zeventig schaaltjes in dezelfde tijd maximaal op de band kan zetten. Machinebouwer Sercon uit Dronten verdiepte zich in de problematiek en ontwikkelde een machine met een capaciteit van honderdtwintig schaaltjes per minuut.

Trots laten Sercon-directeur Johan Hilgenkamp en verkoopmanager Dirk Franken een video van het Tray Ontnester HY 1000GG/ 800 GG Beladingssysteem zien. De schaaltjes worden met een soepele beweging en een verbluffende snelheid door de ontnestingsmachine op de lopende band van de beladingmachine gezet. Boven die band loopt een tweede band die de gehaktblokken aanvoert. Aan het eind van de bovenste band valt het gehakt precies in het schaaltje (tray) op de onderste band en gaat zo verder naar de sealmachine. Per seconde kunnen twee trays worden gevuld.

Toeleverancier
Het middenkleinbedrijf Sercon begon in 1972 als machinebouwer voor de voedingsmiddelenindustrie, ziekenhuiswereld en fysiotherapie. Inmiddels richt het bedrijf zijn pijlen voornamelijk op de voedingsmiddelenindustrie (80% van de omzet).
Tot 2000 produceerde het bedrijf voornamelijk machines voor de pluimveeslachterijen en was ook toeleverancier van transportsystemen aan grotere bouwers van slachterij-inrichtingen. Maar de markt van halffabrikaten en stand-alone machines werd moeilijk voor Sercon. In 2001 vraagt de markt naar snelle ontnesters. Fabrikanten hadden bijvoorbeeld een sealmachine gekocht, maar konden de volledige capaciteit daarvan niet benutten omdat er niet genoeg schaaltjes goed op de lijn konden worden gezet. Vaak werden de schalen nog met de hand op de lijn gezet.

De mannen van Sercon besloten op de vraag uit de markt in te spelen. Ze gingen in 2001 een innovatietraject in, kregen zelfs nog een Europese subsidie en hadden na een jaar de eerste ontnester in de markt staan. Inmiddels heeft het bedrijf diverse typen ontnesters ontwikkeld voor uiteenlopende toepassingen en daarvan ongeveer 40 machines in de Europese markt afgezet. Er is nu slechts een Nederlandse afnemer.

Massaproductie
De meeste klanten zijn Duitse bedrijven. Sercon levert aan de grootste verwerkers van vers vlees. “Eind november vorig jaar hebben wij nog vier lijnen in Duitsland weggezet. Vier keer drie ton gehakt per uur, zestien uur per dag, zeven dagen per week”, aldus verkoper Franken.

Hij ziet een verschil tussen de Nederlandse en Duitse industrie. In Duitsland is het meer gericht op massaproductie voor de discounters zoals Lidl en Aldi. “Die zeggen: wil je vijfhonderd gram gehakt of wil je geen gehakt? Twee lijnen en stampen. Dat soort mannen zijn echt gebaat bij het soort capaciteit dat wij bieden.”
Dat is volgens hem een gevolg van de prijzenoorlog. Een ontwikkeling waar een machinebouwer als Sercon van kan profiteren, want de vleesverwerkers, ook die in Nederland, moeten goedkoper produceren.

Concurrentie
Bij de verovering van de markt met de ontnesters, ondervinden de verkopers indirect concurrentie van een ander type schaalmachine: de dieptrekmachine. Deze heeft minder opslagruimte nodig voor de rollen verpakkingsmateriaal dan de ontnester met zijn kant-en-klare schalen. Daartegenover staat de investering. Voor een dieptrekmachine moet een producent al snel € 250.000 neertellen. De prijs van een ontnester is maximaal € 50.000.

Volgens Hilgenkamp kun je twee personen met een totaal jaarsalaris van € 70.000 à € 75.000 besparen met een ontnester van Sercon. “Dat zijn omslagpunten.”
Het is echter de capaciteit van de ontnester die het innovatieve karakter van de machine onderstreept. Tot 2000 waren er machines die hooguit 40 tot 50 schaaltjes per minuut aankonden. “Wij leveren nu capaciteit van honderdtwintig schalen per minuut. Dat kan in een drieslag, vierslag of zesslag”, zegt Hilgenkamp terwijl hij folders van de machines laat zien.

Emballage
Sercon heeft ook op het gebied van emballage een innovatie gedaan. “We zien nu een trend in de emballage: het wordt allemaal op de eerste verdieping gesitueerd”, aldus Hilgenkamp. Via glijgoten lopen de losse schalen naar de beladingstations op de begane grond. Een man kan een stuk of acht ontnesters beladen. Dat scheelt in personeel en vloeroppervlak.

Bovendien wordt het productieproces niet verstoord doordat de schalen dwars door de productiehal moeten worden aangeleverd. Het enige zwakke punt is dat het systeem van Sercon niet flexibel genoeg is om met tien verschillende schalen te draaien op een dag. “Het is bedoeld voor grote producenten met maximaal twee verpakkingen per lijn”, vertelt Franken.

Schalen
Hilgenkamp stalt een reeks schaaltjes in allerlei verschillende maten op de tafel voor hem uit, terwijl hij uitlegt dat de gedachte achter de machine is dat hij een hele range aan schalen aan moet kunnen. Voor elk type schaaltje wordt een formaatdeel ontworpen, waardoor snel en gemakkelijk op een ander type schaal kan worden overgeschakeld.

Ontnesten is precisiewerk (zie kader). Het goed functioneren van de ontnester hangt volgens Franken voor 90% af van de kwaliteit van de schaaltjes. Vandaar dat voordat een opdracht wordt aangenomen met de klant wordt vastgelegd welke schaal van welke producent wordt gebruikt. Het is een vorm van zelfbescherming die nodig is omdat Sercon niet in kan staan voor de gevolgen van het overschakelen op een andere (vaak goedkopere) schaaltjesleverancier.
Als de afspraken over de schalen zijn gemaakt, wordt de machine gebouwd. De machine wordt in Dronten uitgebreid proefgedraaid met een vol magazijn schalen. Vervolgens wordt de ontnester bij de klant geïnstalleerd. Die installatie gaat gepaard met een training om goed met de machine om te gaan. “De opleiding is belangrijk”, legt Hilgenkamp uit. “Het probleem is dat je in deze markt met laaggeschoold personeel te maken hebt. Als de machine draait, is hij goed. Is er wat mee, dan is het ook heel gauw een rotmachine, hoewel meestal de oorzaak heel ergens anders ligt. Dat proberen we zo veel mogelijk bij te sturen.”

Succes
Terwijl de ontnesterproducent in de rest van Europa succes boekt, blijft Nederland met één verkochte machine achter met de verkoop. “Nu wordt er in Nederland nog wel handmatig ontstapeld, maar als de snelheid van de productie omhoog gaat moet men wel overstappen op automatisch”, redeneren de verkopers. “Handmatig is te doen tot vijftig schaaltjes per minuut, maar vanaf zestig, zeventig haal je dat niet meer.”

Reageer op dit artikel