artikel

Microbiologische criteria in juli 2005 gereed?

Algemeen

De Europese Commissie wil de microbiologische criteria 1 juli 2005 afronden. Een half jaar later zouden deze dan van kracht worden. Veel discussies lopen nog. Duidelijk is wel dat het bedrijfsleven nadrukkelijker zal worden aangesproken op de eigen verantwoordelijkheid. Het bedrijfsleven wil daarom een directere inbreng bij het vaststellen van de criteria.

De Europese Commissie ontwikkelt momenteel geheel los van, maar wel in samenhang met de nieuwe Hygiëneverordeningen, regelgeving over microbiologische criteria voor voedingsmiddelen. Veel is al duidelijk, veel ook nog niet. VMT en de Stichting Food Micro & Innovation organiseerden 23 november een bijeenkomst waar de sector werd bijgepraat en met haar vragen terecht kon. “Het toezicht zal worden geïntensiveerd”, aldus medeorganisator Servé Notermans. “Zeer waarschijnlijk gaan overheden vragen hoe het systeem is vormgegeven, op welke wetenschappelijke gronden keuzes zijn gemaakt, of het werkt wat wordt beloofd en wat men beloofd heeft, of dat correct is.”

Die bezoeken zullen volgens VWA-er Ron Dwinger, die via LNV is gedetacheerd bij DG Sanco, zeker komen omdat iedere fabrikant van producten van dierlijke oorsprong niet alleen geregistreerd, maar ook erkend moeten worden (License to produce). Uitgezonderd daarvan zijn de primaire sector, transportondernemingen, kleinhandel en bedrijven voor opslag van producten die geen temperatuurbeheersing nodig hebben.

Microbiologische criteria
De Europese Commissie is bezig de hygiëneverordeningen uit te werken in uitvoerende maatregelen. Drie onderwerpen zijn nog in voorbereiding (HACCP voor kleine bedrijven, ontsmetting kippenvlees en soorten separatorvlees). Met vier andere onderwerpen is men al in een vergevorderd stadium (voedselketeninformatie, Trichinella, visuele inspectie vleeskalveren en de microbiologische criteria).

Alle deelnemers ontvingen de (12de) versie van het DG Sanco document waarin de microbiologische criteria worden uitgewerkt. (De 14de versie is inmiddels verschenen). Jan Van Kooij, die vanaf volgend jaar bij de VWA microbiologie in portefeuille heeft, gaf daarbij de achtergrondinformatie en stand van zaken. Er zijn nauwelijks geharmoniseerde microbiologische normen in Europa wat voor veel onduidelijkheid zorgt. Hoewel bedrijven per ingang van 2005 verplicht zijn om de VWA te melden dat zij onveilige producten in de markt hebben gezet, is nog onduidelijk wat daaronder wordt verstaan.

Risicoanalyse
In principe dienen de microbiologische criteria een wetenschappelijke basis te hebben. De daarvoor benodigde risicoanalyses vergt jaren, vandaar dat de Commissie een aantal noodmaatregelen heeft getroffen die gebaseerd zijn op de huidige inzichten en ervaringen. Zo hebben de afgelopen vier jaar de Wetenschappelijke Comités van de Commissie een aantal opinies (adviezen) uitgebracht over Listeria monocytogenes (

Bedrijven zullen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid zelf een bemonstering- en onderzoekfrequentie op basis van een risicoanalyse moeten vaststellen (en onderbouwen) en hun voedselveiligheidssysteem daar op inrichten. Ook moeten zij een referentienorm hebben aangewezen. “Dat is een van de redenen waarom er voor Vibrio nog geen norm is. Men is er nog niet uit met welke methode men deze bacterie het beste kan aantonen”, aldus Van Kooij. Hij wees de aanwezigen er op dat er in de Verordening bij de definities voor de productgroep kant-en-klaar voedsel specifiek onderscheid wordt gemaakt tussen de gangbare (algemene) producten en die voor kinderen en baby’s en voor medicinale toepassingen.

Listeria
Van Kooij zette voor de diverse micro-organismen de belangrijkste zaken op een rij.
Ten aanzien van Listeria monocytogenes is er in de verordening een specifieke wens opgenomen. Voor producten waarin Listeria monocytogenes kan groeien en die bestemd zijn voor gevoelige groepen, zoals baby’s en ouderen, moet de fabrikant aantonen dat deze pathogeen afwezig is in 5 x 25 gram product. Voor overige voedingsmiddelen is de norm maximaal 100 per gram product. In dat geval moet de producent wel kunnen aantonen dat de pathogeen tijdens de bewaarperiode tot uiterste verkoopdatum geen problemen kan opleveren. Kan hij dat niet dan geldt ook voor deze producten de norm ‘afwezig in 25 gram’.

Salmonella
Alle typen Salmonella moeten volgens de laatste ontwerpversie van de verordening bij 13 productgroepen, waaronder ijs en ontkiemde zaden en voorgesneden groente en fruit, afwezig zijn in 5 x 25 gram product. “Ook daarover is nog veel discussie. In Nederland hebben we gezegd: leuk en aardig, maar niet haalbaar bij een product als gehakt en rauwkost. Aan de andere kant is Nederland wel bezig strengere normen voor kippenvlees per ingang van 2007 in te stellen. Hoe het gaat aflopen? Ik weet het niet. Het merendeel van de oude lidstaten heeft tegen deze norm geen bezwaar. De tien nieuwe lidstaten hebben zich hierover nog niet uitgesproken.”

E. coli
Ook over de huidige norm voor E. coli (

Histamine
De normen voor dit afbraakproduct afkomstig van bacteriën als Pseudomonas in vis en visproducten zullen hoogstwaarschijnlijk worden verzwaard.

Procescriteria
Deze criteria worden gebruikt om na te gaan of bedrijven hun processen goed beheersen. Van Kooij: “Je ziet dat bij melkproducten een algemene verschuiving optreedt van de E. coli richting de Enterobacteriaceae. Bij de overige producten zoals voorgesneden groente en fruit en niet gepasteuriseerde vruchten- en groentesappen stelt men voor om E. coli als procesparameter te gebruiken.”

Ook bij de procescriteria stelde Van Kooij enkele onlogische zaken vast. Bijvoorbeeld bij Salmonella in vlees- en vleesproducten. Van de 50 monsters mogen er op trendbasis vijf tot zeven positief zijn. Slachterijen hoeven dus geen Salmonella-vrije producten af te leveren. Anderzijds moet het vlees in de winkel wel Salmonella-vrij zijn. “Ik vraag me af hoe men dit denkt te gaan organiseren.”

Met het oog op dergelijke onlogische zaken pleitte Manfred Hessing, directeur Food Quality & Safety bij Nutreco, er dan ook voor dat de industrie een grotere inbreng krijgt in het gehele besluitvormingsproces. “Vooral om zaken praktisch uitvoerbaar te houden.” Verder zette hij vraagtekens bij de maatregelen die bedrijven moeten nemen indien hun producten niet aan de normen voldoen. “Daarmee gaan we het vertrouwen echt niet vergroten.” Ook vind hij dat de Commissie nog te veel middelvoorschriften opstelt, terwijl zij voorstander zegt te zijn van doelvoorschriften.

Hoe verder
Een van de grote discussiepunten de komende tijd is hoe de bevoegde autoriteiten, in Nederland is dat de VWA, met deze criteria omgaan. Van Kooij: “Juristen van de Europese Commissie hebben geprobeerd mij uit te leggen dat bevoegde autoriteiten deze criteria niet kunnen toepassen. Interessant. Daar waren de meeste lidstaten en ook de Commissie niet erg blij mee. Onderzoek ernaar loopt. Lidstaten kunnen ideeën aanreiken over hoe de criteria binnen de huidige regelgeving kunnen worden ingekapseld.”

Nog lang niet alle pathogenen zijn al in de verordening opgenomen. Denk aan Bacillus cereus, Campylobacter en vele anderen. “De lidstaten kunnen voorlopig hun nationale criteria blijven hanteren voor die zaken die nog niet zijn geharmoniseerd”, aldus de VWA-er. “Zij dienen de komende maanden een lijst bij de Commissie in te dienen voor welke micro-organismen zij welke normen blijven hanteren.”

Verder mogen lidstaten na het van kracht worden van de hygiëneverordening zelf niet langer microbiologische criteria opstellen. Deze zullen altijd via de Europese procedures verlopen, tenzij er sprake is van noodsituaties. De Commissie probeert voor 1 juli de verordening af te ronden en op 1 juli als Commissieverordening te publiceren waardoor deze niet via het Europese Parlement hoeft te gaan. Hierdoor kan deze per 1 januari 2006 van kracht worden.

Reageer op dit artikel