Voedingsmiddelenindustrie worstelt met op orde krijgen datastromen

Amstelveen, 10 mei 2019 09:45 | Geranne Vegter

Het doeltreffend inzetten van data blijkt voor veel bedrijven nog een lastige klus. Onder andere Unilever, Albert Heijn en Superunie kwamen op het GS1-congres bij elkaar om hierover te praten.

De bedrijven gebruiken de gegevens om de hele keten inzichtelijk te maken. "Stel je eens voor dat alle productiebedrijven van ingangsmaterialen tot en met boeren, handelaren, verwerkers en retailers identificeerbaar zouden zijn met een Global Location Number (GLN)", stelt Philip den Ouden, voorzitter van samenwerkingsplatform FreshUpstream.

"Nu gebruiken we binnen de 28 EU-landen vele verschillende systemen. Met één identificatiesysteem kunnen we de tracking en tracing van producten op een hoger niveau brengen en de voedselveiligheid verbeteren", aldus Den Ouden.

Datakwaliteit in levensmiddelensector

"Data heeft alleen zin als ze accuraat en betrouwbaar zijn. Dankzij het datakwaliteitsprogramma van GS1, is de betrouwbaarheid van artikeldata in de GS1 datapool in tweeënhalf jaar tijd gestegen van 25 naar 96 procent. Dat hebben we met elkaar gerealiseerd", zegt Pieter Maarleveld, directeur van GS1 Nederland.

"Het gaat nu om duizend leveranciers waarvan 200 duizend artikelen zijn gecontroleerd. Wij verwachten dat we op 1 juni 96% betrouwbare data in de GS1 datapool hebben staan", aldus Maarleveld.

Unilever

Vera Bakker van Unilever werd door GS1 benaderd om een voortrekkersrol op zich te nemen, wat minder makkelijk bleek dan zij van tevoren dacht: "Voor veel leveranciers is dat een moeilijke weg geweest, ook voor ons. Maar als bedrijf moet je je data gewoon op orde hebben."

"Belangrijkste les is dat dit geen eenmalige actie is, maar een doorlopend proces waarbij de gehele organisatie betrokken is. De basis moet op orde zijn. De uitdaging is te voorkomen dat de kraan blijft lekken en dat er steeds weer dezelfde fouten worden gemaakt", zegt Bakker.

Albert Heijn

Henk van Harn van Albert Heijn vind betrouwbaarheid belangrijk, maar richt zich ook op tijdigheid: "We moeten artikeldata op tijd hebben om de juiste plek in onze winkelschappen en onze distributiecentra te bepalen. Als we die data een dag te laat hebben, redden we het niet meer om het artikel op de geplande datum te introduceren."

"Daarnaast blijft de wettelijke verplichte etiketinformatie een aandachtspunt. Zonder die informatie kunnen we een artikel online niet voeren", aldus Van Harn.

Superunie

Dick Roozen van Superunie wijst ook op vervolgstappen: "Willen we straks meer weten, dan hebben we meer data nodig. Waar komt het vandaan (fairtrade), wie heeft eraan gezeten (supply chain) en wat zit er in (voedselveiligheid)."

"Zorg dat de data die je nu levert echt goed is. Ga daarna pas data toevoegen. Nu organiseren we dat met een logo op onze producten, straks krijgen we daarvoor hele mooie apps. Nu weten we of de pindakaas in een glazen pot zit, straks willen we weten om hoeveel glas het gaat en of het om gerecycled glas gaat. Die data hebben we nodig om onze maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen", zegt Roozen.