EP wil boeren en mkb-voedingsbedrijven beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken

Brussel (BE), 13 maart 2019 11:54 | Geranne Vegter

Het Europees Parlement (EP) heeft ingestemd met een nieuwe Richtlijn die zestien oneerlijke handelspraktijken in de voedingssector aanpakt.

De goedkeuring van de richtlijn betekent dat de handelsvoorwaarden voor de elf miljoen boeren en bijna drieduizend voedingsmiddelenproducenten in de Europese Unie verbeteren als zij hun producten op de Europese markt verkopen.

Leveranciers buiten de Europese Unie (EU) die hun producten op de Europese markt verkopen, zullen er eveneens op vooruitgaan.

Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik noemt het: "Een historische dag voor de bescherming van boeren, tuinders en vissers in de EU tegen oneerlijke handelspraktijken door afnemers, handelaren en supermarktgiganten."

Oneerlijke handelspraktijken

De nieuwe regels beschermen bedrijven in de voedingsmiddelenbevoorradingsketen met een omzet van minder dan €350 miljoen. Late betalingen voor bederfelijk voedsel en het weigeren van schriftelijke contracten mag niet meer.

Bovendien mogen, bijvoorbeeld, supermarkten niet langer de kosten van voedingsmiddelen die niet verkocht zijn of waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken neerleggen bij de leverancier.

De beschreven handelspraktijken zijn voorbeelden van de oneerlijke handelswijzen. Eén handelspartner dringt vaak aan op een handelswijze die niet overeenkomt met goed commercieel gedrag, en de beginselen van goede trouw en eerlijkheid. Dit komt voor in alle fasen van de contractuele relatie.

De oneerlijke handelswijzen kunnen heel wat negatieve impact hebben op de zwakkere handelspartner, bijvoorbeeld in de vorm van onverwachte inkomstenvermindering. Bovendien kunnen oneerlijke handelspraktijken voedselverspilling verergeren door overproductie te veroorzaken.

Autoriteit Consument en Markt (ACM)

Bovendien verplichten de nieuwe regels Europese lidstaten om een zogenoemde voedselscheidsrechter benoemen.

De voedselscheidsrechter is een organisatie die oneerlijke handelspraktijken kan bestraffen. In Nederland valt deze taak aan de ACM. Deze is al bezig om oneerlijke concurrentie te bestrijden.

Schreijer-Pierik is blij met de wettelijke basis voor een voedselscheidsrechter: "Eerdere vrijwillige initiatieven in de voedingssector hadden niet het noodzakelijke resultaat: het uitknijpen van boeren en tuinders ging gewoon door."

Vervolgstappen

De Europese Raad moet de nieuwe regels nog goedkeuren voordat ze ingaan. Na de formele aanvaarding hebben lidstaten twee jaar om de regels op te nemen in het nationaal recht.

Schreijer-Pierik is ook al bezig met eigen vervolgstappen: "Op mijn verzoekzal binnen vier jaar opnieuw worden bekeken in welke mate de ketenpositie is verbeterd."

"Ik wil daarom de komende jaren een vinger aan de pols houden. De tenuitvoerlegging en handhaving door de EU-landen moet strak gebeuren. Anders moet de volgende Europese Commissie over vier jaar met een rechtstreeks werkzame verordening komen", aldus Schreijer-Pierik.