Column Hans Beuger: dialoog private kwaliteitssystemen komt los

Berlijn, 4 maart 2016 12:08 | Hans Beuger

In de aanloop naar de GFSI-conferentie is een grote stap voorwaarts gemaakt. Twintig landen zaten in Berlijn met elkaar om tafel om te praten over publiek-private samenwerking. Ze zijn het eens over de grote bijdrage die private kwaliteitssystemen kunnen leveren aan wereldwijde voedselveiligheid.

Op initiatief van Nederland zijn de bestuurders van de Europese toezichthouders uitgenodigd voor een kennismakingsbijeenkomst met het bestuur van het Global Food Safety Initiative in Berlijn. Doel was om overheden de eerste stappen te laten zetten richting de private schema’s.

Het initiatief kreeg nog een impuls omdat Canadese autoriteiten ongeveer gelijktijdig een government-to-government bijeenkomst wilden organiseren, met als doelstelling overheden met elkaar in contact te brengen rond het thema ‘private assurance schemes and their value for official controls’.

Private systemen

Het resultaat was dat op maandag 29 februari 20 landen, waarvan acht uit de EU, met elkaar rond de tafel zaten en spraken over de publieke-private samenwerking. De aanwezige landen waren het er over eens dat private systemen een grote bijdrage kunnen leveren aan de voedselveiligheid in de wereld, de handel kunnen bevorderen en ontwikkelingslanden naar een hoger niveau kunnen tillen.

Er bleken al opvallend veel gedeelde inzichten te zijn, zoals dat private systemen ondersteunend kunnen zijn voor het toezicht, maar dit nooit kunnen vervangen.

Na de zogenoemde G-2-G meeting hebben de vertegenwoordigers van de autoriteiten een gezamenlijke bijeenkomst gehad met het bestuur van de GFSI. Ook daar is gesproken over vormen van samenwerking en het continueren van de dialoog.

Voedselveiligheid

Over één zaak is men het eens: voedselveiligheid is in ieders belang en staat los van competitie. Alle aanwezigen steunden het voorstel om in 2017 een vervolg te geven aan deze ontmoeting.

Nederland en Canada zullen het voortouw nemen om een ambitieuze agenda voor te bereiden. De inzet is om volgend jaar ook consumentenvertegenwoordigers bij de bijeenkomst te krijgen. Uiteindelijk gaat het om de veiligheid van de consument en zijn/haar vertrouwen in het dagelijks voedsel. En dat wereldwijd.