Deze groep consumenten die minder vlees eet, de zogeheten vleesminderaars, is klein maar groeiende.
De markt voor vlees is ongeveer €4 miljard waard. In vleesvervangers gaat om en nabij de €70 miljoen om. Ondanks het grote verschil is de omzet in vleesvervangers verdubbeld vanaf 2003. Producenten van vleesvervangers zien daarom voldoende potentie in niche-markt.
Alle ontwikkeling bij producenten is erop gericht dat een vleesvervanger op vlees moet lijken qua smaak en textuur. “Dat verkoopt uiteindelijk het beste”, legt Jos Hugense, directeur bij Meatless uit. Zijn bedrijf gebruikt lupine, tarwe en rijst als vleesvervanger. Ze richten zich naast geheel plantaardige producten ook op de vervanging van een gedeelte van vlees (of vis) door lupine of tarwe.
Als het maar op vlees lijkt Ook de net opgerichte producent Ojah legt alle nadruk op het benaderen van de textuur van vlees. “Door soja te verwerken onder een bepaalde druk en temperatuur, krijgen we een vezelstructuur die erg op vlees lijkt en wordt de sojasmaak geneutraliseerd”, vertelt Jeroen Willemsen, salesdirector bij het jonge bedrijf. “De vezels in de soja breken door het toegepaste proces in verschillende lengtes. Dit geeft de vezelachtige structuur die vergelijkbaar is met vlees.”
Volgens marketingmanager Leonoor Schrijen van Valess willen de vleesminderaars niet onder het groepje vegetariërs worden geschaard. Hugense van Meatless is stelliger. “Vegetarische producten die niet op vlees lijken, redden het niet in de markt. Prijs, textuur, smaak, kleur en sappigheid moeten vlees zo dicht mogelijk benaderen.”
Andere aanpakDagevos van het LEI pleit ook voor een andere aanpak van vleesvervangers. “De markt is nu nog teveel gericht op het namaken van vlees. Een groep van vleesminderaars is misschien niet op zoek naar iets wat op vlees lijkt, maar het niet is. Benader het weglaten van vlees door nieuwe producten of maaltijden te ontwikkelen waar andere concepten een rol spelen dan het vervangen van vlees. Dat heeft namelijk altijd iets in zich van een ‘verlies’ dat gecompenseerd zou moeten worden.”
Lees in
VMT10/11 meer over de ontwikkelingen in de markt voor vleesvervangers