Printen

Levensmiddelenindustrie wil met consument om digitale keukentafel (radio-item)

DEN HAAG, 26 april 2016 09:53 | Willem-Paul de Mooij

Toevoegen aan Mijn VMT

Nederlandse consumenten geven levensmiddelenindustrie een cijfer 6,8. FNLI wil af van die zesjescultuur en roept haar achterban op om actief de dialoog met het publiek aan te gaan en vaker de deuren op te zetten voor het publiek. Een van de ideeën is een digitale keukentafel.

Maandag werd in Nieuwspoort in Den Haag de eerste zogenoemde ‘Voedselpoort’ plaats. Een bijeenkomst waar betrokkenen uit het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheid en politiek met elkaar in gesprek gingen over dilemma’s rond de productie en consumptie van voedsel. Minister-president Mark Rutte nam namens het kabinet het Roland Berger & FNLI rapport ‘Spreek Smakelijk’ in ontvangst.

Rapport

In dat rapport roept de FNLI haar achterban op om in gesprek te komen met de consument. Want uit het rapport blijkt niet alleen het aanmerkelijke belang van de levensmiddelenindustrie voor de Nederlandse economie (30 procent van de Nederlanse handelsbalans) en de werkgelegenheid (600.000 directe en indirecte arbeidsplaatsen), maar ook dat het vertrouwen van de Nederlander in de producten van die industrie ver te zoeken is.

Onderzoek vertrouwen

Het vertrouwen herstellen is hard nodig, want uit onderzoek dat is uitgevoerd door Motivaction blijkt dat de meerderheid van de Nederlanders wel eens twijfelt aan de voedselproducerende industrie. Het rapportcijfer 6,8 dat de sector overall scoort is voldoende, maar FNLI-directeur Philip den Ouden wil liever af van deze ‘zesjescultuur’ zo stelde hij maandag. Zo is de waardering van consumenten over hoe de industrie omgaat met E-nummers slechts een 5,1. Uit het onderzoek blijkt dat dit typisch zo’n onderwerp is waar consumenten zich zorgen over maken.

Meer resultaten

Het complete onderzoek van Motivaction is hier te vinden. In het onderzoek staat onder meer dat 23% van de Nederlandse consumenten zich zorgen maakt om de voedselveiligheid en dat slechts 25% van mening is dat de industrie er alles aan doet om hun producten zo gezond mogelijk te maken. Maar liefst 62% van de consumenten denkt dat E-nummers en andere toevoegingen slecht zijn voor de gezondheid. 44% heeft zeer veel vertrouwen in de industrie als geheel, 50% heeft enigszins vertrouwen, 7% totaal niet. 25% vindt dat de levensmiddelenindustrie transparant is over de herkomst van voedingsmiddelen.

Transparantie

Tijdens de presentatie van het rapport Spreek Smakelijk in Nieuwspoort maandag was te beluisteren dat transparantie, ook rond E-nummers, het sleutelwoord is voor de industrie de komende jaren. Den Ouden: “Onze rol is dat we bedrijven aanzetten om actief de dialoog aan te gaan”. De FNLI-directeur voegt daaraan toe dat het op dit moment nog zoeken is naar de beste weg daartoe, met name als het gaat om de sociale media die bijdragen aan de verwarring over voedsel.

“Het betekent dat bedrijven vaker hun deuren openen en dat medewerkers van bedrijven actief de dialoog met consumenten en burgers aangaan”, zegt Den Ouden. “We moeten bij de consument aan tafel komen;  het vereist ook dat we uit onze schulp kruipen en letterlijk het gesprek ingaan, wat kan op veel verschillende manieren kan. Bedrijven zijn daar nu toch wat aarzelend in, maar we zullen naar buiten moeten en moeten laten zien wie we zijn.”

Digitale keukentafel

Voorzitter Bas van den Berg van FNLI en CEO van FrieslandCampina, baart het zorgen dat Nederlanders gemiddeld minder trots zijn op hun voedingsmiddelenindustrie dan elders. “Vertrouwen is niet vanzelfsprekend.  44% van de Nederlanders heeft vertrouwen in de levensmiddelenindustrie, maar er is ook 7% die totaal geen vertrouwen heeft. De toevoegingen aan ons eten, de hoeveelheid zout en calorieën en de etiketten worden als oneerlijk beleefd. De sector is altijd vrij afgeschermd geweest. We hebben de afgelopen jaren tegen consumenten gesproken, maar niet mét consumenten. We doen veel aan productverbetering, samenstelling en gezondheid, maar we zijn onvoldoende in staat om uit te leggen wat we moeten doen om voedsel lekker, veilig en betaalbaar te houden. Het besef is er nu bij onze achterban dat er iets moet gebeuren, maar dat is niet van de één op de andere dag veranderd. Een van de initiatieven waar we aan denken is een digitale keukentafel waaraan gesprekken over voedsel kunnen worden gevoerd door consumenten, industrie, politiek en wetenschap. Daar kunnen de emoties en verschillen van inzicht op tafel komen, maar ook de feiten. We staan hierin open voor ideeën.”

Leidend in voeding

Paul Polman, topman van Unilever, mocht samen met Van den Berg, het rapport Spreek Smakelijk aan premier Rutte geven. In een korte toespraak onderstreepte de premier het belang van de Nederlandse levensmiddelenindustrie voor Nederland. “We zijn de tweede voedselexporteur van de wereld, tien procent van onze welvaart komt uit de voedseleconomie.  Er zijn in de toekomst in de wereld 9 miljard monden te voeden, daarbij gaan we helpen en als het moet doen we het ook. Dat moet wel op een verantwoorde manier gebeuren. We moeten de wereldwijde voedselketens goed beheersen, daar kan Nederland een grote bijdrage in leveren.”

Failliet

De CEO van Unilever hield zijn toespraak in het Engels en hield het publiek voor dat het huidige voedselproductiesysteem ‘failliet’ is. ‘Doorgaan op de oude voet, dat kan niet’, vindt hij, waarna hij de voedselproductie in relatie tot een aantal wereldproblemen opsomde, zoals armoede, honger, overgewicht, watertekort en CO2-uitstoot.

Beluister hieronder het interview van VMT met Bas van de Berg van FNLI over een transparantere levensmiddelenindustrie: