‘Bereidheid tot doen analyses neemt toe door fipronil’

Giessen, 9 oktober 2017 08:34 | Willem-Paul de Mooij

Een voedselcrisis zoals de fipronilaffaire heeft ook een positief gevolg. De bereidheid van de voedingsmiddelenindustrie om analyses uit te voeren op grondstoffen en producten op de aanwezigheid van contaminanten en pathogenen neemt mede door dergelijke gebeurtenissen snel toe.

En dat komt de voedselveiligheid weer ten goede, zegt Pieter Vos, directeur bij Nutrilab tegenover VMT. Steeds meer voedingsmiddelenproducenten nemen het doen van analyses en testen op grondstoffen en producten mee in hun standaardprocedures. Een crisis zoals met fipronil stimuleert die houding alleen maar, weet Vos. Dat is een contaminant, maar het geldt ook voor pathogenen. “Er wordt steeds meer getest op met name pathogenen zoals Listeria en Salmonella. Maar ja, als je meer meet, kom je ook meer tegen. Vroeger zagen we Salmonella alleen in kip, maar nu komt dat in meer voedingsmiddelen voor. Dat geldt ook voor Listeria.” 

Verschillen

Toch zijn er tussen de bedrijven nog altijd grote verschillen in de bereidheid. Vos: “Veel bedrijven zijn al jaren doordrongen van het feit dat ze zelf moeten controleren op pathogenen en contaminanten. En willen dat zelf ook vanwege voedselveiligheid. Maar er zijn ook nog altijd voedingsmiddelenbedrijven die bewust of onbewust op het randje van het toelaatbare balanceren. De frequentie van de analyse op contaminanten is afhankelijk van het risico. Wanneer de risico’s hoog zijn moet er vaker worden gecontroleerd. Maar hier spelen kosten een rol.”

Kans

Hogere kosten maken een product duurder en dat verslechtert de concurrentiepositie. Wanneer er wel een pathogeen of contaminant wordt aangetroffen, gaan bedrijven vaker controles inbouwen. “Als je meer test, maakt dat natuurlijk ook de kans dat er iets wordt aangetroffen een stuk groter. Dat is ook lastig voor bedrijven. Iets meten, betekent ook vaker iets vinden.”

Niet meten

Dat kan lastig zijn voor bedrijven. Vos: “We hebben ook grote klanten die producten uit het verre Oosten halen. Dat is een lastige business want je bent verantwoordelijk voor de kwaliteit ervan. Soms treffen we een houding van: als we iets niet meten, hoeven we het ook niet terug te halen. Klopt, maar het komt de voedselveiligheid niet ten goede.”

Warenwetbesluit

In 2008 werd de verordening 2073/2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen van kracht. Het toezicht vanuit de NVWA hierop is sterk verbeterd, vindt Vos. “De risicogerichte aanpak van de NVWA draagt daaraan bij. Die kun je eigenlijk vergelijken met de trajectcontrole op de A2. Iedereen houdt zich daar aan de snelheid. Veel beter dan bij incidentele controles. Voedselveiligheid staat echt hoger op de agenda nu.”

Toekomst

Naar de toekomst toe ziet Vos ook weer uitdagingen op het gebied van analyses. “Neem de problematiek van de microplastics in zee, die komen ook in de voedselketen terecht.” Dat wordt straks een topprioriteit, voorspelt Vos. “Er komen plasticmetingen beschikbaar. De vraag is nog niet bij ons gesteld, maar het zal me niet verbazen als dat wel gaat gebeuren. Logische productgroep daarvoor is vis, maar het zou ook in andere producten kunnen komen te zitten.”

Hot topic event: Fipronil

Als u dit artikel interessant vond, heeft u wellicht ook interesse in het VMT Hot topic event over fipronil op 7 november. De fipronil-crisis: wat kunnen we er van leren? Meer informatie en aanmelden.

 

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

sluiten X