Nieuwe (complexe) regeling voor bijzondere voeding

Rotterdam, 14 augustus 2016 14:22 | Loyens & Loeff

Hoewel de nieuwe verordening voor food for special groups verordening (FSG-verordening) onlangs in werking is getreden, zorgt dit niet direct voor een duidelijk wetgevingskader.

De FSG-verordening is vorige maand volledig in werking getreden (EU/609/2013) en vervangt een aantal EU-richtlijnen, Warenwetbesluiten en Warenwetregelingen (die de ingetrokken richtlijnen implementeerden). Dat klinkt overzichtelijk, maar vanwege overgangsregelingen en uitwerkingsmogelijkheden van de Europese Commissie (EC) is juist een complex kader ontstaan. Dit artikel biedt enige verduidelijking van dit kader.

De FSG-verordening bevat vereisten voor de samenstelling van en de informatie over specifieke categorieën FSG, te weten i) volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, ii) bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding, iii) voeding voor medisch gebruik en iv) de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing. Een aantal categorieën valt nu niet meer onder ‘bijzondere voeding’, zoals sportvoeding, peutermelk en voeding voor diabetici. Uit onderzoek van de EFSA en EC is gebleken dat deze categorieën voldoende gereguleerd/beschermd worden onder de huidige regelgeving voor ‘gewone’ voeding (onder andere met betrekking tot labelling en claims).

Wat het kader juist complex maakt, is dat de EC - naast de algemene vereisten van de FSG-verordening - nadere specifieke vereisten kan stellen met betrekking tot de samenstelling van en informatie over bijzondere voeding. Dit kan de EC doen via gedelegeerde handelingen (EC-verordeningen), waarin de nadere vereisten per productgroep kunnen worden uitgewerkt. In 2016 zijn twee van deze gedelegeerde verordeningen vastgesteld, maar deze treden over enkele jaren pas in werking (2019-2021). Tot die tijd blijven de oude regelingen van kracht. Die oudere regelingen zijn opgenomen in richtlijnen en in nationale regelingen. Om die reden  geldt de komende jaren een complex kader waarbinnen verordeningen, richtlijnen en nationale wetten langs en door elkaar werken. Mogelijk komen daarbij zelfs nog nieuwe gedelegeerde verordeningen.

Ter illustratie het volgende voorbeeld; de gedelegeerde verordening voor zuigelingenvoeding (EC/2016/127) schrijft voor dat alle zuigelingenvoeding docosahexaeenzuur (DHA) dient te bevatten (tussen 4,8 en 12 mg/100kcal). Deze bepaling geldt echter pas vanaf 22 februari 2020, zodat tot die tijd de daarvoor geldende regeling van EU-richtlijn 2006/141 en de Warenwetregeling zuigelingenvoeding nog steeds geldt. Na 22 februari 2020 kan nog vijf jaar gebruik worden gemaakt van de claim dat het product DHA bevat, na die tijd mag dat niet meer (omdat immers alle gelijksoortige producten DHA bevatten).

Het verschilt dus per periode en per product welke regelgeving van toepassing is. Om te voorkomen dat bij het bepalen van de toepasselijke regeling iets over het hoofd wordt gezien, is in de afbeelding bij dit artikel een schematische weergave van de regelgeving per product en per periode weergegeven, om het vinden van de juiste regelgeving te vergemakkelijken. (klik op de afbeelding om te vergroten).

Victor van Ahee (victor.van.ahee@loyensloeff.com), advocaat in het Food & Beverage-team van Loyens & LoeffLoyens & Loeff is kennispartner van VMT.

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

sluiten X